De 10 geboden voor het voorkomen van infecties bij blaaskatheterisaties

- Gebruik altijd de juiste katheter met de juiste maatvoering. Wij zijn van mening dat een 100% siliconen katheter de enige juiste keuze is. Het lumen is het grootst (tot 4 a 5 maal groter dan een latex uitvoering) en siliconen geeft de minste lichaamsreactie (latexallergie). Een Ch. 14 is meestal voldoende. Ter vergelijking: een 14 Ch. siliconen katheter draineert beter dan een 18 of 20 Ch. latex uitvoering.

- Probeer de ballon met zo min mogelijk vloeistof (glycerineoplossing!) te vullen. 10 ml. is meestal meer dan voldoende voor een transurethrale uitvoering, voor een suprapubische katheter volstaat 5 ml. Met een kleine ballon en een kleine diameter katheter blijft er nl. zo min mogelijk residu in de blaas achter. En dat is een voorwaarde voor het voorkomen van infecties. “Small is beautiful...”

- Gebruik uitsluitend steriele urineopvangsystemen met een deugdelijke slang, druppelkamer, aftap en terugslagklep en steriele monsterafname mogelijkheid. Koppel de zak op het steriele veld vast aan op de steriele blaaskatheter.

- Houd het systeem gesloten! Zo lang als mogelijk is. Het dagelijks aan- en afkoppelen van ééndagsopvangsystemen is een zekere ingrediënt voor een infectie. Gebruik daarom opvangsystemen die minstens een week aangekoppeld kunnen blijven. Zowel aan het bed als op het been. Gebruik de sampleport om steriel te kunnen flushen d.m.v. de slangklem.

- Hanteer strikt het verpleegkundig protocol vwb blaaskatheters en urineopvangsystemen. Dus grondige desinfectie van handen voor én na aanraking met katheter en urineopvangsysteem of gebruik handschoenen. Bij iedere patiënt opnieuw. Een (nog) a-symptomatische bacteriurie kan via de handen gemakkelijk een grote groep anderen besmetten.

- Desinfecteer de aftap van binnen en van buiten na lediging van het urineopvangsysteem en berg hem bovenwaarts op in de pocket op de urinezak. Zo wordt contaminatie voorkomen door aanraking van de naar beneden hangende aftap met de vloer. Onderzoek heeft aangetoond dat een bacterie van de vloer zich binnen 24 uur via de aftap door het urineopvangsysteem en de katheter zich al in de blaas bevindt.

- Gebruik voor iedere patiënt zijn eigen opvangcontainer. Kruisbesmetting is nl. zeer reëel.

- Gebruik geen zure blaasspoelmiddelen. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat dit een infectie of verstopping zou verhelpen of voorkomen. Gebruik alleen fysiologisch zout om eventuele debri uit de blaas te spoelen, en bij verstopping is het devies: “Katheter verwijderen en een nieuwe, zoals de Uronovis Longlife® katheter, plaatsen”.

- Volgens de Guidelines van de European Association of Urology, EAU, is er is geen protocol voor het routinematig, met vaste intervallen, wisselen van katheters. Alleen als daar noodzaak toe is wordt aanbevolen de katheter te wisselen. Dit, eveneens, om infecties door manipulatie te voorkomen.

- Wees zeer terughoudend met het toedienen van antibiotica. Het kweekt gevaarlijke resistente en gemuteerde bacteriën en heeft sowieso geen zin als er sprake is van in biofilm ingekapselde bacteriën zoals de Proteus Mirabilis die zich als een tikkende tijdbom in katheterverkorsting maar ook in nier- en blaasstenen bevindt. Ongevoelig voor welke antibiotica dan ook. De antibiotica is nl. alleen werkzaam tegen vrij rondzwevende micro-organismen. Een patiënt die vrij is van nier- en blaasstenen en een blaaskatheter die verkorsting (incrustatie) weerstaat, zoals de Uronovis Longlife®, hebben de meeste kans op succesvolle behandeling met antibiotica.